Nooit meer werken

Nooit meer werken

Nooit meer werken

Ik kan erop wachten. Na een periode van flink pieken komt er weer zomaar opeens een dag waarop ik wakker word en er even he-le-maal niks meer aan de hand is. Geen bloedspoed, geen stoom-en-kokend water, geen hoge prioriteiten. Niets van dat alles. Ik stort dan als het ware van een enorme drukte zomaar in een soort leegte die oncomfortabel aanvoelt. Oké alles is klaar, wat nu?

Dat zijn dan de momenten waarop ik bij mezelf te rade ga of er misschien iets veranderd kan worden. Een verandering, hoe klein ook, kan mij enorm veel energie geven namelijk.

Doe ik nog de juiste dingen? Doe ik nog de dingen die ik leuk vind? Of ben ik weer gewoon als vanouds aan het werk? Na mijn persoonlijke dip van vorig jaar heb ik mezelf voorgenomen om nooit meer te werken. Ik doe sindsdien alleen nog die dingen waar ikzelf het gevoel heb echt een bijdrage te leveren. En dan van dien aard dat ik daar zelf heel erg blij van word en me voldaan kan voelen omdat de bijdrage daadwerkelijk iets toevoegt. Dat is dus ook mijn criterium: ik ga voor niets minder dan een blij en voldaan gevoel.

En welke dingen doe ik dan die maken dat mijn werk nooit meer echt als werk aanvoelt? Het grappige is dat ik telkens weer merk dat juist dat nog steeds enigszins in ontwikkeling is.

Je zit daar maar wat …

Ik heb mijn eigen LinkedIn profiel even gecheckt en het blijkt nog maar ongeveer zestien jaar geleden dat ik als relatief introverte softwareontwikkelaar van mijn leidinggevende Wiebe het verwijt kreeg dat ik mezelf nooit eens liet zien.

“Elke keer als ik langsloop dan zit je daar maar wat in een hoekje achter dat beeldscherm” zei hij dan.

En dat klopt ook, ik zat daar gewoon in een hoekje afschuwelijk mooie software te fabriceren.

Ik begreep zijn verwijt dus niet helemaal. Waarom moet iedereen zich laten zien dan? Je kunt toch gewoon een rol op de achtergrond spelen? Maar goed, hij heeft het geweten want vanaf dat moment zat ik uit eigen initiatief bijna dagelijks een uur aan zijn bureau. Niet dat ik echt iets te melden had, maar ik liet me wel zien. Natuurlijk was hij dat al heel gauw ook weer zat.

Ach ja, Wiebe. Wat een held. Hij had ook vanwege zijn lengte en grijze haren een natuurlijk soort overwicht en was de rust zelve. Dat vond ik zo knap aan hem. Heel soms, als er een calamiteit was, dan kwam hij wel eens op hoge poten verhaal halen en terwijl je dan tekst en uitleg gaf kon het zomaar zijn dat hij dan enorm ging zitten gapen alsof het hem eigenlijk nauwelijks interesseerde. Zo’n enorme gaap op een heel spannend moment stond daarna uiteraard bekend als een Wiebetje.

Maar ik was destijds dus nogal introvert en vond contact met anderen op momenten behoorlijk eng. Ik noem ter illustratie even het voorstelrondje, het koffie drinken en het presenteren.

— Het gevreesde voorstelrondje

Misschien ken je wel die momenten als de bespreking begint en dat er dan een voorstelrondje op de agenda staat? Ik kan je één ding verklappen: zolang ik nog niet aan de beurt was geweest ging alles wat een ander vertelde totaal langs mij heen. Ik was dan heel druk bezig met het in mijn hoofd instuderen van wat ik zou gaan vertellen èn nog drukker bezig met het in bedwang houden van mijn zenuwen. En die twee bezigheden versterkten elkaar dan weer.

— De kunst van het koffie drinken

Wat ook een regelrechte ramp kon zijn was iets eenvoudigs als koffie drinken. Ik was dan met een aantal anderen of soms slechts met één iemand waarbij ik me nog niet op mijn gemak voelde. Dan stond mijn kop koffie daar op tafel en dan kwam er een moment waarop de rand van die kop koffie de ellenlange weg naar mijn onderlip moest zien te vinden. En mijn trillende handen moesten dat allemaal tot een goed einde zien te brengen. Dat vereiste uiteraard opperste concentratie.

“Oké, focus nu … kopje, hand, kopje, hand … de eerste stap is gelukt; het kopje is nu in mijn handen … hand kopje rechthouden, hand kopje rechthouden … nu stap twee; hand kopje rechthouden èn langzaam bewegen richting onderlip …. langzaam bewegen, langzaam bewegen … rand, onderlip, rand, onderlip … concentreer, focus! … oeh! dit lijkt mis te gaan … hand kopje rechthouden, hand kopje rechthouden … armen blokkeren dus onderlip dan maar naar kopje bewegen, lip naar kopje bewegen, lip naar kopje bewegen … rand, onderlip, rand, onderlip … Nee, afbreken maar … straks weer opnieuw proberen … kopje, tafel, kopje, tafel, hand kopje rechthouden …”

En zo ging dat nog wel even door.

— Het duizend doden tegelijkertijd sterven tijdens het presenteren

Maar het allerergste was denk ik wel spreken in het openbaar, ofwel het presenteren voor een groep mensen. Ik zag enorm op tegen die luitjes die zo uit losse pols een presentatie konden geven. Zo knap vond ik dat want ikzelf stierf werkelijk duizend doden tegelijkertijd die enkele keer dat ik iets moest vertellen voor een groep. Ik stond daar stotterend, met knikkende knieën en mijn hart wild kloppend in mijn keel. Werkelijk wild grijpend en graaiend naar enige vorm van controle over mijn zenuwen en over de situatie.

Je staat daar maar wat …

Het heeft absoluut een hele lange weg afgelegd1 maar inmiddels ben ik zover dat ik niet alleen heel graag presentaties geef, maar dat ik ook nog eens mijn publiek goed kan boeien, prikkelen en vermaken. Het maakt me eigenlijk ook niet echt meer uit wie er in de zaal zit. Dat komt omdat ik een voor mij ideale mix heb gevonden van voorbereiding aan de ene kant en het gewoon laten gebeuren aan de andere kant. En de sleutel heeft toch echt gelegen in het loslaten van allerlei beperkende overtuigingen als “ik ben niet goed genoeg”, “ik heb niets interessants te melden”, “ik mag niets stoms zeggen” en misschien zelfs wel “ik mag hier niet zijn”.

Tegenwoordig kan ik er met volle overtuiging gewoon wel zijn en daardoor maak ik veel sneller contact met anderen. En dan is presenteren niet zo heel moeilijk meer.

Ik vermoed dat het vermogen om bijvoorbeeld in het openbaar te spreken (of koffie te drinken) altijd wel in mij gezeten heeft. Het waren een flink aantal overtuigingen die ik ooit (waarschijnlijk al op hele jonge leeftijd) voor waarheid had aangenomen, die dat vermogen volledig blokkeerden. Pas na het loslaten van die overtuigingen is er ruimte gekomen.

Ontwikkeling betekent in die zin ook daadwerkelijk het ontdoen van allerlei (beperkende) wikkels zodat je pure energie vrij kan stromen. En dat is iets wat denk ik een leven lang kan duren.

Kijk vooral naar ergernissen

Maar nu even terug naar het vraagstuk of er nog iets veranderd kan worden. Want heel misschien vraag jij je af hoe ik eigenlijk weet in welke richting ik mezelf kan ontwikkelen.

Nou, er zijn verschillende signalen die ik sowieso in het dagelijks leven heb leren opvangen, zoals:

  1. Door er simpelweg even bij stil te staan wat het nou precies is waar mijn hartje op dit moment van gaat zingen. Het is mijn ervaring dat dat vaak iets compleet anders is dan hetgeen ik voor bent opgeleid of hetgeen ik al jaren achtereen dag in dag uit aan het doen ben. Het is vaak iets wat bijvoorbeeld mijn creativiteit laat zien. Iets wat mij om de enige juiste reden gelukkig maakt: niet omdat ik daarmee iets ontvlucht (denk aan gevoelens van zinloosheid, eenzaamheid, schaarste of onbehagen), maar juist omdat ik het gewoon heel, heel, heel erg graag doe.Het is trouwens ook mijn ervaring dat datgene vaak een heel goed bewaard geheim is, wat betekent dat de meeste anderen die kant van mij nog nooit echt in volle glorie hebben kunnen aanschouwen. Vaak komt dat omdat ik gewoon niet kan geloven dat er iemand op zit te wachten. Ik zie dan niet in hoe het ook maar iets kan bijdragen. En toch is er echt altijd iemand aan wie het bijdraagt. En laat die iemand nou uitgerekend de belangrijkste persoon in mijn leven zijn (je weet vast wel wie ik bedoel).

    Kortom, als zo’n golf van inzicht voorbij komt dan spring ik er direct op, laat ik alles uit mijn handen kletteren en ga ermee bezig. Of ik doe het later als het echt niet anders kan. Maar dan maak ik met even een notitie en laat ik zo snel als mogelijk alsnog mijn hartje zingen. Het mooiste wat er is.

    Dit is trouwens hoe mijn blog is ontstaan (in een tijd waar blog’s alweer passe zijn)

  2. Door naar feedback van anderen te luisteren. Dit is echt een hele belangrijke. Anderen zien vaak veel eerder iets van een competentie of kwaliteit in mij naar voren komen dan dat ik het zelf kan geloven. En omdat ik het zelf niet geloof, zie ik het ook niet. Iets heel menselijks denk ik.Hoe zat het ook weer: eerst zien en dan geloven? Of is het juist eerst geloven en dan zien?
  3. Door te kijken naar hetgeen ik me helemaal blauw aan erger en wat voortdurend zijn lelijke kop laat zien in mijn wereld. Juist dat waar ik me enorm aan erger blijkt namelijk vaak precies te zijn waar ik weer een stuk non-acceptatie bij mezelf weg kan nemen waardoor ik net zo irritant èn succesvol kan zijn als de veroorzakers van mijn ergernis.Om je een voorbeeld te geven: ik erger me al een poosje aan die verscheidenheid aan goeroe’s die ik momenteel overal allerlei al dan niet spirituele of online zelfhulp cursussen zie aanbieden. De ene vind dat je niet perfect hoeft te zijn, de andere vind dat je vooral allemaal naakt en non-monogaam moet durven zijn, weer een ander laat geen stukje ruimte onbenut om te delen hoeveel vrede meditatie geeft. Eigenlijk allemaal (net als ondergetekende) variaties op dezelfde eeuwenoude thema’s. Ergerlijk! Ten eerste: hoeveel zelfhulp cursussen heeft deze planeet nog nodig? Ten tweede: hoeveel lokale en landelijke goeroe’s heeft deze planeet nog nodig? En ten derde (uiteraard): wat heb ik in deze overvolle markt nog toe te voegen? Alles is er toch al?

    En vooruit, waar ik me helemaal kapot aan erger is de nieuwste variant, namelijk (wat ik noem) de Ernst en Bobbie variant. Lekker makkelijk zeg! Je zit daar met zijn tweeën leuke filmpjes vol met heen en weer pingpongende grappen en grollen te maken en je bent er nog succesvol mee ook. Sommigen zijn dat 365 dagen achtereen zelfs. Moe word ik ervan.

    De vraag is dan natuurlijk: maken zij mij moe of is er iets in mij wat mij moe maakt? Ben ik niet gewoon stikjaloers op al deze succesvol lijkende rakkers?

    Eh … ik denk het wel eerlijk gezegd.

Elke leegte wordt netjes opgevuld

Waar het op neerkomt is dat iets (in het kader van mijn ontwikkeling) helemaal nieuws creëren tot hele verrassende uitkomsten kan leiden. Zo’n verandering start altijd met een lege ruimte. En die ruimte ontstaat meestal door het bewust loslaten van iets of door simpelweg tijd of geld vrij te maken. Het is als een lege pagina of een spierwit canvas, helemaal klaar om opgevuld te worden. En laat dat nou net zijn hoe het universum te werk gaat: elke leegte wordt telkens weer netjes opgevuld met iets nieuws. En dat nieuws blijkt telkens precies dat waar ik zelf aan toe ben.

Kortom, beste lezer, wees vooral niet verbaasd als ik later dit jaar poedelnaakt mijn allereerste webinar over spirituele, meditatieve en imperfecte non-monogamie geef. Maar ik ga eerst een webinar cursus volgen. Bij Stein en Rogier.

1. Mijn eerste stappen richting ontspannen spreken in het openbaar heb ik bij Pieter Frijters gezet. Kijk vooral eens op http://www.spreek.nl/

Over de auteur

Eeuwige belofte | Generalist met multi-potentieel | Voormalig evenwichtskunstenaar | Best een aardig beest

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top