Het territorium verdedigen

Het territorium verdedigen

Het territorium verdedigen

Er was eens. In een vergaderruimte op een doordeweekse dag.

Als ik naar links kijk zie ik een vriendelijke man die open staat voor creativiteit en vernieuwing. Achter hem dringt het zeer welkome daglicht langs de lamellen naar binnen.

Als ik naar rechts kijk zie ik een ietwat gefrustreerde man met natte felblauwe ogen waar zo’n bloeddoorlopen rode rand omheen prijkt. Achter hem een blinde muur en louter duisternis.

Als ik recht voor me kijk zie ik een welwillende man die het overduidelijk allemaal niet helemaal kan bevatten. Achter hem een eveneens blinde muur, maar waarop het daglicht en de duisternis elkaar in balans houden.

Heb ik weer …

Als ik omhoog kijk zie ik systeemplafond en tl licht. En van die uitstulpende loze schroefjes waarvan ik me altijd afvraag welk doel die ooit hebben gediend. Slingers ophangen misschien? Wie zal het zeggen.

Als ik nog eens voor me kijk zie ik de vergadertafel met daarop een aantal uitgeprinte papieren en de handen van mijn vergadergenoten, die elk een eigen dynamiek kennen. Van rustig en bedeesd tot onrustig aan een pen friemelend en op tafel tikkend.

Als ik naar beneden kijk zie ik mijn eigen handen. Ze rusten op mijn schoot, buiten het gezichtsveld van de anderen. De vingertoppen van beide handen raken elkaar. En langzaam laten ze los. Eerst de duimen, dan de wijsvingers, de middelvingers en tenslotte de ringvingers. De pinkjes blijven elkaar raken. Bij elke loslating voel ik mijn ademhaling een beetje zakken. Van de borst naar de buik. Het is een truc om me niet te laten meevoeren op die golf van loei-zware en zuigende energie in deze ruimte.

De stress en frustratie van mijn rechter vergadergenoot namelijk, vult de hele ruimte.

En ik ben tegen wil en dank tot zijn lijdend voorwerp verworden.

Zucht. Heb ik weer.

Vereenzelviging

Ergens heb ik begrip voor zijn situatie. Hij is al een hele poos bezig om iets groots voor elkaar te krijgen. En omdat het helemaal niet wil lukken zijn er andere mensen bijgeschoven om het dan maar gezamenlijk over de streep te trekken. Waaronder ik dus.

Niets mis mee zou je zeggen, ware het niet dat deze man zich totaal heeft vereenzelvigd met de opdracht. Het is zijn opdracht. Punt!

En dan is het lastig om tot een oplossing te komen. Helemaal als anderen plannen aandragen waarmee op een andere manier hetzelfde doel kan worden bereikt. Er verschijnt dan weerstand in plaats van dat de geboden hulp aanvaard wordt.

Tot zover alle begrip hoor. Niets menselijks is mij vreemd tenslotte.

Waar ik wel moeite mee heb is de onderhuidse oorlogsvoering waarmee hij zijn territorium probeert te verdedigen .

Die van aan de ene kant iets zeggen en aan de andere kant (waaronder non-verbaal) iets heel anders uitstralen.

Die van een persoonlijk bericht, vergezeld van een heel verongelijkt relaas, doorsturen naar alle andere betrokkenen en (tot dusver) niet-betrokkenen.

Die van: als ik een krokodil was dan had jij nu geen hoofd meer gehad.

En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Zijn innerlijke katachtige

Nu ook weer. Na een lange monoloog en op het toppunt van zijn zelfgecreëerde glorie-moment, richt hij zich even tot mij om op een uitdagende Geer en Goor achtige manier mij op mijn plaats te willen zetten.

En aan het einde van deze meeting c.q. steekspel, als ik nog even de samenwerking ter discussie stel, komt hij met een “dat later even één op één, niet nu”. Dat is precies hetzelfde wat menig kerel zal herkennen van zijn treiterende vrouw die eerst het bloed onder zijn nagels vandaan trekt en vervolgens, zodra hij dat dan aan de orde stelt, ook nog eens op snauwende fluistertoon het welbekende “niet waar de kinderen bij zijn” om zijn oren krijgt.

Of en hoe ik deze terechtstelling heb verdiend (of misschien zelfs heb veroorzaakt) kan ik niet goed beoordelen. Maar dat is ook niet het punt wat ik wil maken. Het punt is dat de toon de muziek maakt. Je kunt het oneens zijn en toch gewoon respectvol met elkaar omgaan.

Maar eerlijk is eerlijk, het is natuurlijk ook mijn persoonlijke interpretatie die hier een rol speelt.

Ik denk zijn gedragingen maar al te goed te herkennen. En dat is zo omdat ik dat alles ook ergens diep in mij verstopt heb. Maar de werkelijke bedoeling en achtergrond is voor ieder mens natuurlijk anders. Hoe ik het opvat is niet perse van hem. Integendeel, het is allemaal van mij!

Wat dat aangaat is alles en iedereen aan deze vergadertafel, zowel de lichte als de duistere kant, een spiegel van mijn binnenwereld. Van mijn allergieën, mijn overtuigingen en mijn oordelen.

Altijd goed om dat te onthouden.

Haantjes variant

Maar goed, geef mij liever maar de haantjes variant.

Er is bijvoorbeeld een domein waar ik jarenlang onlosmakelijk mee verbonden ben geweest. Ik was voor dat domein wat Lemmy was voor Motörhead, wat Steve Jobs was voor Apple, wat Laura Selmhorst is voor de Rozenboom, wat de ex-Milli Vanilli een poos is geweest voor KFC. Het boegbeeld dus. Iedereen wist dat, iedereen wist mij te vinden.

Maar jaren geleden is dat veranderd. Ik ben iets anders gaan doen en een collega heeft mijn rol overgenomen en op geheel eigen wijze succesvol uitgebouwd.

Hij kijkt op een hele andere manier naar mijn mogelijke hulp en bemoeienissen.

Meer zo van “Luister. Jij bent de ex, maar ze is nu van mij. Dus even goeie vrienden hoor, maar blijf met je poten van mijn vrouw af.”

Dat is mannelijk. Dat is niet onderhuids.

Dat is duidelijk.

Over de auteur

Eeuwige belofte | Generalist met multi-potentieel | Voormalig evenwichtskunstenaar | Best een aardig beest

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top