Egocentrische zeurpiet

Egocentrische zeurpiet

Egocentrische zeurpiet

“Pas op! Mijn bloemkool!”

Ik heb net mijn auto in de achteruit gezet, was net langzaam de parkeerplaats uit aan het rijden en trap na deze waarschuwing keihard op de rem. Naast de auto staat mijn buurman Oane. Zijn ogen staan wijd open. Net als zijn mond. Hij staat verstijfd en kijkt verschikt. Alsof er iets heel vreselijks aan het plaatsvinden is.

Gauw zet ik mijn auto in de vrij en op de handrem, en stap ik in sneltreinvaart uit om te kijken wat er loos is.

Oane wijst inmiddels naar de plaats delict, blijkbaar vlak achter de auto.

“Wat is er aan de hand?”

En dan zie ik het. Ik ben vergeten zijn krat met boodschappen in de auto te zetten. Mijn kentekenplaat bevindt zich op slechts millimeters van zijn uitpuilende bloemkool.

Alles zit tegen

Het is halverwege 1992. Ik ben een klein half jaar geleden verhuisd naar dit gehucht, een dorp op zo’n 25km van de stad waar ik geboren en getogen ben. Hiermee heb ik mezelf onbedoeld in een situatie gemanoeuvreerd waarbij bijna alles in mijn leven helemaal opnieuw moet worden opgebouwd.

En kennelijk heb ik ergens hiervoor de kanskaart “Ga direct naar de gevangenis. Ga niet langs ‘Start’. U ontvangt geen ƒ 200” getrokken, want het zit me bepaald niet mee hier:

  • Men spreekt hier Fries. Ik spreek geen Fries. En dat is direct al de eerste reden waarom ik er niet bij hoor in deze straat. Oké, men gedoogd mij maar ik moet vooral niet zo arrogant zijn om te denken dat ik één van hen ben. Ook niet na een jaar. Ook niet over tien jaar. Althans, zo voelt het hier voor mij.
  • Mijn vrienden laten het afweten. Ik zie ze nauwelijks nog, tenzij ik hen opzoek. De afstand van daar naar hier is kennelijk veel groter dan de afstand van hier naar daar. Maar ja, zij hebben er natuurlijk ook niet om gevraagd dat ik zo’n eind uit de buurt ging samenwonen.
  • Tot overmaat van ramp ben ik ook nog eens werkloos geworden. Dat past op zich ook helemaal in het tijdsbeeld want werk is gewoon een schaarste. Helemaal voor iemand als ik, die nog geen vakopleiding heeft afgerond.

Eén doffe ellende.

Waarom ben ik hier dan naartoe verhuisd? Ik weet niet, misschien is het wel goed om helemaal los te komen van alles? Misschien is dit wel het resultaat van herhaaldelijk wensen dat er iets ging veranderen? Het is me in ieder geval soort van overkomen; voor ik het wist woonde ik samen. In dit verschrikkelijke gat.

Maar gelukkig is geen enkele situatie voor eeuwig.

White One

Het is ongeveer een jaar later. Onze naaste buren zijn inmiddels vertrokken en er gaan geruchten dat de grootste oproerkraaier van een dorp verderop naast ons komt wonen. Hij staat bekend als Wyte Oane, wat (als je ook de voornaam vertaalt) Witte Anne betekent; een soort geuzennaam die hij vanwege zijn spierwitte lange haren toebedeeld heeft gekregen. In deze tijd is er nog geen Google of internet. Personal computers zijn nog maar amper uitgevonden. Eigenlijk is dat allemaal toekomstmuziek waarover alleen de legendarische Chriet Titulaer durft te fantaseren. Maar als we wel Google zouden hebben en we zouden de naam ‘Wyte Oane’ invoeren, dan zou Google ons vragen of we misschien ‘White One’ bedoelen. En laat dat nou ook een zeer toepasselijke naam zijn. Dus ja Google, die bedoelen we.

White One

Aanvankelijk zijn we helemaal niet zo blij met de gedachte dat nou juist hij onze buurman gaat zijn maar als snel blijkt dat achter dat stoere imago, dat gespierde lijf en die lange manen eigenlijk een ontzettend lieve man schuil gaat. Een man die in de jaren die volgen meerdere malen bij ons in de huiskamer zijn hart zal luchten en enorme tranen gaat laten om de zoveelste dramatische gebeurtenis in zijn leven. Of het nou gaat over zijn eerste vriendin die hem verlaat of over het overlijden van zijn goudvis, hij zal er even verdrietig om zijn en zal keer op keer blijk geven van een feilloos gevoel voor drama.

Maar ik hou van Oane. Zijn komst heeft voor mij alles ten goede veranderd. Dit verschrikkelijke gat is veranderd in gewoon het dorp waarin ik woon en met plezier dagelijks nieuwe herinneringen aanmaak. Dit huis is nu mijn thuis. En Oane is mijn vriend. We hebben veel overeenkomsten. Allereerst hebben we beide lang haar en houden we van dezelfde muziek. Ten tweede geldt voor ons allebei dat er veel meer diepgang is dan dat de meeste anderen in eerste instantie zouden vermoeden. En ten derde zijn we beide tegen wil en dank huisman. Dus we doen veel dingen samen. Boodschappen halen bijvoorbeeld, zoals de anekdote aan het begin van dit artikel illustreert.

Een aantal jaar later is het contact enigszins verwaterd. We hebben beide een baan. Daarbij heeft hij inmiddels een nieuwe vriendin. ’s Nachts hoor ik nog het meest van hem (en vooral zijn vriendin en het bonkende bed) vanwege de zeer dunne wand tussen zijn en onze slaapkamer. Soms is dat erg irritant maar aan de andere kant; het is hem van harte gegund hoor!

Weer een poos later verhuizen ze naar het dorp waar ze beide vandaan komen en verwatert het contact nog meer. Dat verandert uiteraard helemaal niets aan de vriendschap tussen ons. Het is helemaal goed zo.

En dan, op zomaar een dag als elke andere, komt het vreselijke nieuws. Oane heeft een verkeersongeluk gehad en heeft het niet overleefd.

Gebeurtenis met impact

Het overlijden van Oane heeft een behoorlijke impact op iedereen in zijn omgeving, en ook op mij.

Plotsklaps besef ik hoe waardevol het leven is, hoeveel betekenis iemand kan hebben in het leven van anderen èn hoe vergankelijk alles kan zijn.

De eerste paar weken nadien ben ik echt veel bewuster in het verkeer. Ik let op mijn snelheid, kijk goed om me heen en doe geen rare ondoordachte dingen. Dat is allemaal zo bewust dat ik me vele jaren later zo’n rit en wat ik voelde tijdens de rit nog precies kan herinneren.

Maar gek genoeg zal ik uiteindelijk vrij snel weer volledig terugveren naar mijn oude patronen. De impact, het besef, de voorzichtigheid; alles verdwijnt naar de achtergrond en ik vaar weer volledig blind op mijn automatische piloot.

In de jaren die volgen zijn er uiteraard meer momenten met soortgelijke impact. Op een dag als elke andere zit ik bijvoorbeeld op het werk in een hoekje weer eens vreselijk mooie software te ontwikkelen als ineens het nieuws tot me komt dat er een passagiersvliegtuig in één van de torens van de Twin Towers is gevlogen. Elk detail van dit moment en de momenten die volgen komen voluit binnen; wie erbij is, wat er wordt gezegd, hoe nietszeggend ik mijn stukje software uiteindelijk vind, hoe ik even later op weg naar huis het nieuws volg, hoe verbijsterd iedereen is, hoe niemand zich meer druk maakt over alledaagse dingen, enzovoort. En dit zal nog maar het begin van een vreselijke gebeurtenis blijken te zijn.

En dat alles zal nog een behoorlijke poos blijven naijlen. Plotsklaps realiseer ik me hoe waardevol vrijheid is èn worden de tegenstellingen in het grote plaatje (deze wereld) pas echt duidelijk voor mij. Dat alles houdt mij in de eerste week nadien behoorlijk bezig. Ik blijf maar kijken naar die beelden en blijf maar meeleven met de slachtoffers en de achterblijvers. Maar na een poosje verdwijnt ook dit alles steeds verder naar de achtergrond. Ik veer weer terug naar mijn bekende patronen en richt mijn aandacht zich weer uitsluitend op de zaken die mij persoonlijk aangaan.

Tot er weer iets met impact plaatsvindt. En nog eens. En nog eens.

Denk aan de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Of aan de aanslagen in Madrid, London en Parijs. Of aan de Tsunami in Indonesië, Thailand en Sri Lanka. En later Japan. Allemaal gebeurtenissen die me even uit mijn persoonlijke wereldje wakker schudden en me ergens van bewust maken: de tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen, de kracht van de natuur, enzovoort.

Maar telkens veer ik, zoals eerder, weer netjes terug naar mijn vertrouwde patronen. En steeds sneller ook.

Dip

En nu is daar dan de berichtgeving over de vluchtelingen uit Syrië. Deze verhalen en beelden komen dagelijks via allerlei media tot mij en ik kan me nog steeds niet half inbeelden welke ellende deze mensen moeten doorstaan. Want het is natuurlijk verschrikkelijk wat ze overkomt. Stel je voor: je land ligt in oorlog, je straat bestaat niet meer en je huis bestaat niet meer dus je kunt niet anders dan vluchten. Maar waarheen? En hoe? Kijk om je heen. Er zijn zoveel lotgenoten en allemaal willen ze hetzelfde voor hun gezin als dat wat jij wilt voor de jouwe. Leven in vrede en vrijheid. Een toekomstperspectief. Maar inmiddels is dat niet eens meer het allerbelangrijkste. Er zijn de meer primaire behoeftes als eten, drinken, dekens en sanitaire voorzieningen die nu aandacht vragen. En wat tref je aan? Vooral heel veel weerstand van alle kanten. Het ergste komt in alles en iedereen naar boven. Ieder voor zich. Zwemmen of verdrinken. Kruipen met je gezin door de afzetting van prikkeldraad. Enzovoort.

Vlak na het zien van het zoveelste bericht sta ik deze ochtend bij mijn Nespresso apparaat te wachten op het trage bakkie. Terwijl het apparaat met een enorme kabaal het water door het cupje perst, schieten mijn gedachten weer alle kanten op:

“Vreselijk, het zal je maar overkomen. Ow, de cups zijn bijna op. Straks even nieuwe bestellen. Gelukkig zijn er ook mensen die minder bekrompen reageren op hen en ze zelf verwelkomen. Dat is dan wel weer hartverwarmend. Natuurlijk zijn ze welkom! Ik wil ook echt wel wel iets doen voor ze. Wij hebben het toch fantastisch hier. Wat hebben wij nou te klagen? De tuin staat er mooi bij. Ik moet binnenkort wel weer even het onkruid wieden. Afgelopen weekend kon dat niet echt. Daar had ik ook helemaal geen energie voor. Soms is er iets dat me totaal onderuit haalt. Het put me letterlijk uit en ik ben dan ook steeds erg moe. Wat is dat toch? Het is alsof iets ouds zich telkens even laat zien, maar steeds niet helemaal. Emoties toelaten doe ik zeker wel maar dat lijkt ook met de rem erop. Ja, ik weet het ook wel. Het is […] en ook […]. Die thema’s zijn echt wel te benoemen maar het ene is nou eenmaal iets dominanter dan de andere. Op het ene ben ik bijvoorbeeld vooral nieuwsgierig naar welke kant het opgaat en op het andere ervaar ik steeds een ongeduld, vooral als ik moe ben. En ik vraag me af; als ik moe ben en een dip ervaar, waar komt dat dan echt van? Het ene of het andere? Ik weet het niet …”

Het lawaai stopt en daardoor richt mijn aandacht zich weer op het moment van nu.

Huh? Ineens zie ik hoe mijn gedachten zojuist vrijwel naadloos zijn overgegaan van het leed van anderen naar mijn eigen persoonlijke misere. En eerlijk, mijn persoonlijke misere vind ik eigenlijk een veel interessanter onderwerp.

Kortom, ik zit dus zo snel alweer totaal in mijn eigen film. Het terugveren naar automatismen lijkt een hele rappe tweede natuur te zijn geworden.

Is dat niet raar en totaal egocentrisch? Hoe kan mijn eigen persoonlijke dipje een poos lang zo enorm dominant zijn, terwijl elders op de wereld de boel totaal in de fik staat?

Ben ik dan zo’n egocentrische zeurpiet?

Eén grote collectieve pot met soep

Voordat ik die laatste vraag beantwoord, even het volgende: bij de mate van impact dat een gebeurtenis op iemand heeft speelt iets anders ook nog een rol, namelijk associatie en dissociatie. Toen ik jonger was verplaatste ik mezelf heel snel in het leed van de ander waardoor ik me ook veel sneller emotioneel betrokken voelde, zo erg dat het op de loop met mij kon gaan. Dat heet met een deftig woord associatie. Nu ik wat ouder, kaler en wijzer ben aanschouw ik ingrijpende gebeurtenissen (die mij niet persoonlijk aangaan) meer “vanuit de helikopter” waardoor ik beter kan zien wat er echt plaatsvindt. Dat heet met een deftig woord dissociatie.

En om de vraag “Ben ik dan zo’n egocentrische zeurpiet?” zelf maar te beantwoorden: ja, ik denk het wel. Ik denk zelfs dat we allemaal van nature wel iets van een egocentrische zeurpiet in ons hebben want zo zijn we nou eenmaal ontworpen.

In het grote plaatje is dat ook helemaal oké denk ik. We zijn namelijk allemaal een manifestatie van hetzelfde. We komen voort uit hetzelfde en verdwijnen uiteindelijk ook weer in hetzelfde. En datzelfde is een collectief ‘iets’ dat zich continu ontwikkelt op basis van wat jij en ik meemaken in ons leven, hoe groot of onbeduidend dan ook. Alles wat iedereen ervaart, doet en denkt is een ingrediënt in één grote collectieve pot met soep waarin voortdurend wordt geroerd. Het ene ingrediënt neutraliseert het andere zodat er steeds opnieuw evenwicht ontstaat. Dat maakt dus dat alles wat we doen en elke keuze die gemaakt wordt echt iets wezenlijks toevoegt aan het collectief. Of je nou vluchteling, mensensmokkelaar, hulpverlener, politicus òf Johnny de schrijver bent. Of je nou ergens faliekant voor òf tegen bent. Of je nou gewoon toekijkt òf iets onderneemt. Alles doet ertoe. Alles voegt iets toe aan de collectieve ontwikkeling. Het ervaren van een persoonlijke dip mag er dus ook gewoon zijn.

Sympathie, empathie en compassie zijn prachtige eigenschappen. Voor de ander, maar zeker ook voor jezelf.

Oane, dé drama meester bij uitstek, zou het hier helemaal mee eens zijn.

Over de auteur

Eeuwige belofte | Generalist met multi-potentieel | Voormalig evenwichtskunstenaar | Best een aardig beest

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top