Een waakvlam is ook vuur

Een waakvlam is ook vuur

Een waakvlam is ook vuur

Soms schieten woorden tekort voor waar het leven me af en toe mee verrast. Zo ook in het geval van Astrid…

Lieve Astrid,

Het zijn van die gezegden: oude liefde roest niet en je eerste liefde blijft je altijd bij. En ik moet bekennen, dat geldt voor mij ook. Jij was mijn eerste echte liefde en ik heb die tijd met jou ervaren als een achtbaan: weergaloos, verslavend en doodeng!

In heel veel opzichten ben ik mijn onschuld verloren bij jou: van eindeloos vrijen en genieten van elkaar – via onbegrip, ruzie en vreemdgaan – naar liefdesverdriet, pijn en jaloezie. En dat alles voor de allereerste keer. Zo enorm intens! Ik was amper 17 jaar en onze verkering (want zo heette dat toen) was zoals gezegd als een achtbaanrit. Eentje die een maand of vijf duurde. En zelfs toen het over was, ging het nog wel even door. Nieuwe vriendinnen en nieuwe ervaringen werden in het begin toch heel vaak afgezet tegen iets wat volstrekt uniek was. Jij was (en bent) natuurlijk uniek en zo ook wat we samen hebben beleefd. Wat jou nog meer uniek maakte dan wie dan ook, was – behalve jouw uiterlijk en je vele gezichten: in het dagelijks leven een punk meisje maar tijdens danswedstrijden een dame – jouw onwaarschijnlijke levenslust, drive en passie. Niet iedereen heeft met name jouw passie gezien en ervaren, maar ik wel. En dat heeft mij absoluut gevormd.

Maar na een poos verdween jij naar de achtergrond en uiteindelijk volledig van de radar. En een aantal jaar geleden begon mij dat op te vallen. Jij was altijd zo’n type van luidruchtig en aanwezig. En in deze tijd van social media had ik op z’n minst een Facebook pagina vol met luidruchtige en aanwezige foto’s van jou verwacht. Ik heb nog naar je gezocht en niets gevonden. Misschien was je getrouwd en had je een andere achternaam? Misschien was je vertrokken naar verre oorden? Mogelijkheden te over.

Daar ben je!

Een half jaar geleden kwam duidelijkheid. Ik kwam in contact met je moeder en hoorde dat je gewoon in Leeuwarden woont. Nou ja, gewoon was het allerminst. Je bleek, zo vertelde jouw moeder, een bepaald gen te hebben geërfd van jouw vader. En dat gen maakt dat jij inmiddels al een jaar of tien een hersenziekte hebt. Je woont daarom in een verzorgingstehuis. Je bent hulpbehoevend geworden.

Toen ik dat hoorde ben ik jou natuurlijk gaan bezoeken en dat doe ik nog steeds met enige regelmaat. En, eerlijk is eerlijk, het valt niet altijd mee om jou zo te zien. Want je lichaam is er, je geest is er zo af en toe (waarschijnlijk vanwege al die medicatie), maar waar ben jij?

Je kijkt met een ogenschijnlijk inhoudsloze blik voor je uit en hebt je eigen routine. Soms zit je de hele dag, soms ben je wat meer in beweging. En alhoewel het lijkt alsof alles langs je heen gaat, blijkt toch keer op keer dat dat echt niet zo is. Als ik je vraag of ik je hand mag vasthouden, dan reageer je daarop. Als we een eindje in de auto hebben gereden en ik stap uit, dan zie ik jou grijpen naar de deurgreep. Allemaal tekenen dat je geest er wel is.

Maar waar ben jij?

Echt, je lijkt in geen velden of wegen te bekennen. En dan toch, heel soms, zie ik een glimp van jou. Als het bij jou in de groep weer zoete inval is, waarbij allerlei verwarde mensen de weg vragen naar de Oldehove, en ik gekscherend aan jou vraag of je je bewust bent van dat gekkenhuis om ons heen, dan zie ik JOU in een fractie van een seconde een instemmende glimlach en knipoog geven. En als we dansen op jouw kamer met de salsa muziek redelijk luid, dan kom JIJ soms ook heel kort tevoorschijn om aan mij kenbaar te maken dat ik er echt helemaal niets van kan. Althans, zo lijkt het dus. En als ik een poosje jouw hand vasthoud, dan voel ik vaak onze handen met elkaar versmelten in die mate dat ik weet dat jouw energie mijn kant op gaat, zoals mijn energie jouw kant opgaat.

En dit doet mij beseffen dat, hoe klein dan ook, jouw vuur nog steeds niet uitgedoofd is. JIJ bent er nog steeds. Een waakvlam is ook vuur. Een combinatie van jouw ziekte en het leven heeft gemaakt dat je òf jezelf hebt verstopt ergens in jouw lichaam, òf je lichaam en leven grotendeels van een afstandje beschouwt en heel af en toe weer neerdaalt. En daarom weet ik ook dat mijn bezoek goed voor jou is, zoals het ook goed voor mij is. Ik weet niet zeker of je mij nog kent van toen, maar je kent me van nu. En dat is genoeg.

Over de auteur

Eeuwige belofte | Generalist met multi-potentieel | Voormalig evenwichtskunstenaar | Best een aardig beest

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Top